Waarom krijgen sommige kinderen dezelfde problemen als hun ouders?
31 maart 2020 
in Hulp
7 min. leestijd

Waarom krijgen sommige kinderen dezelfde problemen als hun ouders?

Ouders en kinderen kunnen erg op elkaar lijken. Qua uiterlijk bijvoorbeeld: een moeder die haar blauwe ogen terugziet bij haar zoon. Een vader die zijn eigen optimisme herkent in het karakter van zijn dochter. Jammer genoeg geldt dat soms ook voor minder leuke eigenschappen.

Een psychische stoornis bijvoorbeeld, of angstklachten. Maar ook bepaalde omstandigheden kun je als ouder ‘doorgeven’ aan je kind: een kind van gescheiden ouders heeft bijvoorbeeld zelf ook meer kans om te gaan scheiden.

De officiële term voor het van generatie op generatie overdragen van eigenschappen en omstandigheden is ‘intergenerationele overdracht’.

Wat betekent dat precies? En hoe werkt dat dan? Chris Kuiper werkt als onderzoeker bij Horizon en iHUB en beantwoordt al onze vragen over dit onderwerp.

Wat betekent ‘intergenerationele overdracht’ precies?

Chris: ‘Het betekent dat we heel vaak dezelfde problemen zien bij ouders en hun kinderen. Het is niet zo dat alle kinderen automatisch dezelfde problemen krijgen als hun ouders.

Maar mensen met autisme hebben bijvoorbeeld vaker een kind met autistische trekken. En ouders die in schulden zitten, hebben vaker een kind dat later ook schulden krijgt.’

Hoe werkt dat dan? Zit het ‘in de genen’?

‘Het werkt op verschillende manieren. Een deel van de ‘overdracht’ tussen generaties kan verklaard worden door genen, oftewel: het is erfelijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor ADHD. Je kunt daar als ouder weinig aan doen: als iets in je genen zit, is er nou eenmaal een kans dat je dat doorgeeft aan je kind.’

Een deel kan tijdens de zwangerschap ontstaan

‘Een deel kan ook tijdens de zwangerschap ontstaan. Stel: er vindt bijvoorbeeld veel huiselijk geweld plaats zo rond de 30ste week van de zwangerschap. Dat geeft ontzettend veel stresshormonen bij de moeder en die stresshormonen kunnen een negatief effect hebben op het nog ongeboren kind.

Ook een ongeboren kind van een moeder die verslaafd is en onder de drugs zit heeft een verhoogde kans op problemen. Het gaat hier dus om het lichaam van de moeder: de stresshormonen of de vergiftiging die in het lichaam zit, kunnen direct effect hebben op het kind.’

De relatie van de ouders en het kind speelt ook een rol

‘Kinderen hebben twee ouders, al zijn niet bij elk kind beide ouders aanwezig. Maar hoe ouders op elkaar reageren én hoe beide ouders reageren op het kind, heeft ook effect op de ontwikkeling van het kind.

Als een moeder een psychisch probleem heeft en haar man heel goed voor haar zorgt, dan hoeft een kind daar weinig problemen door krijgen.

Maar als de vader niet met de psychische problemen van de moeder kan omgaan, kan er een onvoorspelbare opvoedingssituatie ontstaan die problematisch is voor het kind.’

Het netwerk van de ouders is ook belangrijk

‘Hebben vader, moeder en het kind een goed netwerk om zich heen? Met netwerk bedoel ik bijvoorbeeld familie, vrienden, een sportclub of de kerk. Ook dat beïnvloedt de vraag of het kind wel of geen problemen ontwikkelt. Stel dat pa en ma financiële problemen hebben. Dan maakt het wel een verschil of er familie in beeld is die af en toe financieel een steentje bijdraagt en een buurvrouw waar je af en toe kunt mee-eten. Dan wordt het al makkelijker dan als je niemand om je heen hebt.’

Net als de aanwezigheid van trauma’s

‘En dan heb je nog trauma’s. Je kunt je voorstellen dat als een moeder of vader een trauma heeft, hij of zij meer met zichzelf en met de verwerking van het trauma bezig is dan met het kind. Ook dat heeft invloed op hoe het kind zich ontwikkelt.’

En ten slotte: de eigenschappen van het kind zelf

‘Een kind kan ook in zijn eigen ‘kindkenmerken’, in zijn eigenschappen iets hebben waardoor hij of zij een verhoogde kans heeft op een aandoening, een probleem, een voorkeur of een afhankelijkheid. Dat zijn de kindfactoren. Die spelen ook mee.

Bij elkaar zijn dit allemaal factoren die invloed kunnen hebben op de vraag of en hoe een kind al dan niet dezelfde problemen als zijn ouder(s) ontwikkelt.’

Waarom reageert niet ieder kind hetzelfde op moeilijke situaties binnen het gezin?

Ieder kind gaat op zijn eigen manier met de situatie om. Het ene kind denkt: ‘boeiend, ik ga lekker mijn eigen weg’, het andere kind bevriest helemaal en denkt: ‘help, het ligt allemaal aan mij, alles wat ik doe geeft ellende’ en weer een ander kind denkt: ‘als ik nou maar heel boos word en van me af sla, dan heb ik er geen last meer van’.

En het ene kind kijkt naar z’n vader die van zich af mept als hij boos of dronken is en gaat dat imiteren als manier om met dingen om te gaan. Terwijl een ander kind misschien juist naar zijn voetbaltrainer kijkt, die de dingen juist heel anders aanpakt.

We weten eigenlijk niet waaróm kinderen zo verschillend omgaan met een situatie of de problemen van hun ouders. Maar ieder kind zit natuurlijk anders in elkaar.

En als je bedenkt dat zelfs eeneiige tweelingen -met dezelfde genen en dezelfde opvoeding- heel verschillend kunnen reageren op dingen, is het ook weer niet zo gek.’

Ontstaan er andersom ook weleens problemen bij ouders als gevolg van problemen bij het kind?

‘Ja. Als je een huilbaby hebt, dan word je bijvoorbeeld prikkelbaar. As je vijf nachten achter elkaar niet slaapt en de baby overdag ook de hele dag huilt, dan word je daar niet gelukkiger van. Ouders kunnen zich heel machteloos voelen en dat zelfs als een trauma ervaren.

Ook als kinderen groter worden kan het ouderschap zwaar zijn voor ouders. Daarom is het zo belangrijk dat je ouders meeneemt in de behandeling. Als je ook zorg hebt voor ouders en hen zo nodig ook een behandeling aanbiedt, zijn zij daarna ook weer ontvankelijker voor hun kind.’

‘We moeten onze behandelingen veel breder maken’

Hoe kan het dat problemen binnen gezinnen soms van generatie op generatie worden overgedragen? De wetenschap is tot op heden hard op zoek naar een antwoord. Ook wordt gekeken wat jeugdzorg hierin kan betekenen.

Chris Kuiper wil dat professionals sneller aan de bel trekken en dat ouders sterker worden betrokken bij de behandeling. Én hij pleit voor een betere samenwerking tussen (zorg) organisaties onderling.

Hoe kan jeugdzorg helpen voorkómen dat ouders hun problemen ‘overdragen’ aan hun kinderen?

‘Wij doen onderzoek naar hoe we daarin het beste kunnen helpen. Een voorbeeld is dat we veel vroeger alert willen zijn. Bijvoorbeeld als we het hebben over depressiviteit. We weten dat als een of beide ouders depressief zijn, het kind een grotere kans heeft om ook depressief te worden.

Zou je dan niet veel alerter moeten zijn op scholen door in de gaten te houden of kinderen daar last van gaan krijgen? Dan kun je namelijk veel eerder aan de bel trekken, nog vóórdat het kind zelf al grote problemen ervaart.

Een ander voorbeeld is dat als een kind bij jeugdzorg komt, we de ouders veel meer willen betrekken bij zijn of haar behandeling. Als verantwoordelijke, maar wellicht in bepaalde situaties ook als veroorzaker of instandhouder van het probleem. In die situaties zouden ouders of gezinnen ook behandeld moeten worden.’

Wat vinden ouders ervan om meer betrokken te worden?

‘Ouders reageren daar verschillend op. Ouders die zelf bijvoorbeeld een stressbehandeling aangeboden krijgen, zijn daar vaak heel blij mee. Ze vinden het fijn dat er eindelijk iets gebeurt. Maar dat kan een ander verhaal zijn als je een ouder op zijn alcoholverslaving aanspreekt.

Een voorbeeld uit de praktijk: er was een jongen in behandeling die heel veel blowde. Toen hem gevraagd werd waarom, zei hij: ‘tja, bij ons thuis blowt iedereen, we hebben vijf wietplanten per gezinslid op zolder staan’.

Toen zijn vader daarop aangesproken werd, was hij daar niet blij mee. Die zei: ‘ik sta gewoon in mijn recht, dit is legaal, dit kan in Nederland’. Dus het ligt er een beetje aan waar ouders op aangesproken worden en hoe. Ook ligt het eraan hoe ze betrokken worden bij de behandeling.’

Is de bereidheid van ouders een voorwaarde voor een succesvolle behandeling?

‘Ja, de bereidheid van ouders om actief mee te doen, is heel belangrijk. Maar meedoen vraagt ook probleembesef en de vaardigheid om je te verplaatsen in de ander. Niet alleen van ouders maar óók van zorgverleners en onderwijsprofessionals.

Daar gaat het bij ‘Shared Decision Making’ ook over: de vaardigheid om samen een besluit te nemen. Dat is helemaal niet makkelijk. En het lukt ook niet altijd. Soms worstelt een ouder met een verslaving of zijn er schulden in het spel.

Het komt ook voor dat iemand te veel met een nieuwe relatie bezig is of het probleem gewoon niet ziet. Dan wordt het ingewikkeld. Gelukkig zijn de meeste ouders wel bereid om naar de problemen te kijken en om zich in te zetten voor zichzelf en hun kinderen.’

Je pleit ook voor een bredere, meer ‘integrale’ behandeling. Waarom?

‘Ik zal een voorbeeld geven. Een collega-onderzoeker, Harmke Leloux, constateerde na onderzoek dat veel kinderen in de residentiële jeugdzorg (een kind dat voor langere tijd woont op een jeugdzorglocatie – red) , een gezinshuis of pleegzorg schulden hebben.

Dat geldt vaak óók voor hun ouders. Maar liefst 60 tot 70 procent van de kinderen bij Horizon komt uit een gezin met schulden. En we weten nu eenmaal dat die schulden een negatief effect hebben op de ontwikkeling van het kind.

Dus kun je de nuchtere vraag stellen: waarom werken we dan niet meer samen met schuldhulpverlening? Of met een schuldsaneringsinstituut, of met de gemeente?’

Waarom gebeurt dat dan niet genoeg?

‘Dat gebeurt niet voldoende omdat de traditionele jeugdzorg zo niet is ingericht. Het is te gefragmenteerd: alle hulpverleners en zorginstanties zitten op eigen eilandjes. Je moet alles apart organiseren.

Terwijl het veel zinvoller is om de krachten te bundelen en beter samen te werken. Dan kun je kinderen een veel completere behandeling aanbieden.

In de veranderingen die we nastreven met iHUB om de jeugdzorg echt anders in te richten, proberen we dat wél te doen.’

Lees ook het artikel: Wat is intergenerationeel?

Gerelateerde informatie

In de kennisbank van Ouderpeilpunt vind je honderden blogs met handige tips en adviezen. Heb je deze blogs al gelezen:

Wil je jouw verhalen delen?

Wil je, als ouder, jouw zorgen en verhaal delen met andere ouders en tips van anderen krijgen? Meld je aan bij Ouderpeilpunt ouderportaal. Als ouder sta je er niet alleen voor. Er zijn veel ouders die dezelfde uitdagingen tegen komen. Via het Ouderpeilpunt ouderportaal deel je jouw ervaringen met andere ouders. Het ouderportaal is de plek waar ouders elkaar vinden voor steun en advies. In een afgeschermde en veilige omgeving vind je een luisterend oor van lotgenoten.

Naar het Ouderportaal

Over de schrijver
Sonja Alferink is journalist en freelance schrijver. Samen met haar vriendin heeft ze een zoon. Ze heeft het tot haar missie gemaakt om mensen een stem te geven die te weinig worden gehoord. Op het Ouderpeilpunt onderzoekt ze graag de rechten van ouders en welke stappen je kunt nemen. Sonja schrijft ook voor De Volkskrant, Vrij Nederland, Het Parool en magazine &C.
Reactie plaatsen
arrow_drop_up arrow_drop_down