Zo ga je in gesprek met een kind met ADHD: kies het juiste woord, moment, toon en boodschap

Zo ga je in gesprek met een kind met ADHD: kies het juiste woord, moment, toon en boodschap

Kinderen met ADHD hebben in vergelijking met normaal ontwikkelende kinderen vaak taalproblemen. Dat wordt vooral duidelijk tijdens dagelijkse gesprekken. 

De juiste woorden kiezen, het juiste moment kiezen, de juiste boodschap meegeven en ook de juiste toon aanslaan is een kunst. Voor ouders, maar ook professionals. Hoe leg je een kind met ADHD iets uit in zijn of haar 'taal’, zodat hij of zij je begrijpt?

Max is nu vijftien weken bij de instelling voor onderzoek. De begeleiders van de groep komen met een nieuw plan voor het weekend. Het voorstel: Max moet na twee waarschuwingen voor schelden of één waarschuwing voor slaan op dingen of mensen terug naar de Klipper. 

Bij goed gedrag mag Max per dagdeel een half uur een online spelletje doen. We bespreken het plan eerst met de sociotherapeuten. Als mij alles duidelijk is, haalt een van de therapeuten Max uit zijn klas om het hem zo helder mogelijk uit te leggen.

Ze komen het kantoor binnengelopen en Max begroet me en springt in mijn armen. Hij is blij om me te zien. Hij kruipt op mijn schoot, maar zit na twee seconden toch weer op zijn eigen plekje op de bank naast me. 

Ik drink mijn koffie en de sociotherapeut begint: “Max, het gaat thuis nog niet helemaal zoals we zouden willen, dat weet jij wel hè?” Max kijkt bedroefd en knikt. “Dus daarom gaan we vanaf dit weekend de dagen dat je thuis bent een beetje anders aanpakken. 

We gaan…’’ en zo vertelt de therapeut in kindertaal de nieuwe opzet. De andere therapeut vult soms aan. En dan gebeurt het dat de twee therapeuten tegelijk iets vertellen.

Ze praten door elkaar. Terwijl ik opmerk dat Max het niet volgt. In Max’ ogen zie ik de vertwijfeling. Dan zegt hij: “Naar wie moet ik nou luisteren?’’ Het zo serieuze gesprek wordt spontaan onderbroken door de opmerking van mijn kind. Ik heb een binnenpretje.

Als een van de therapeuten weer het woord neemt, wordt het Max weer duidelijker: “Zaterdag word je om negen uur opgehaald door mama. Voordat je met mama meegaat, bespreken we eerst wat jullie het weekend gaan doen.

Daarna ga je met mama naar huis. Je komt op zondagmiddag om drie uur weer terug. Dan praten we net als altijd nog heel even over het weekend. Je gaat heel erg je best doen. Maar het is heel belangrijk dat je je handen en voeten bij jezelf houdt. 

Als je toch boos wordt en het niet lukt om je handen en voeten bij jezelf te houden, dan brengt mama je terug naar de groep. Je gaat ook heel hard proberen netjes te praten. Dat betekent dat je geen lelijke woorden zegt. 

Dit mag een keer fout gaan, maar als je in een ander dagdeel dan nog een keer een heel lelijk woord zegt, brengt mama je ook terug. Begrijp je dat allemaal Max? Heb je nog vragen?”

Max zegt het te begrijpen. Met grote ogen zegt hij ook dat hij zijn best gaat doen om geen lelijke woorden meer te zeggen en niet te slaan en te schoppen.

Terwijl de therapeut dit zo uitlegt, twijfel ik of ik mezelf wel aan deze afspraken kan houden. Persoonlijk vind ik de aanpak veel te streng. Maar het wordt me zeer aangeraden, omdat anders het einde zoek is en ik Max later helemaal niet meer de baas zal kunnen.

Ik heb er een hard hoofd in, maar ga ervoor. Nu de boodschap duidelijk is, lopen we met zijn allen terug. Max gaat richting zijn groep en neemt daar weer afscheid van me. Het is middagpauze en hij gaat een boterhammetje eten op de groep. Ik ga naar mijn werk in Aalsmeer. 

Taal en het goed met elkaar in gesprek gaan, is enorm belangrijk, zo niet het allerbelangrijkste, bij het aanleren van nieuw of ander gedrag. Het bleek dat er voor mijn zoon duidelijke grenzen nodig waren. Daarom scherpte de instelling waar Max verbleef voor hem de regels aan. 

De manier waarop ze dit hem verteld hebben is goed, denk ik. Kijk, ik vertrouwde op hun kennis, dus zij zullen ook weten hoe zij zo’n verandering op de juiste manier met hem kunnen bespreken. In grote lijnen was de nieuwe weg voor mij en Max duidelijk. 

De uitdaging om te communiceren met kinderen, en vooral als ze ADHD hebben, is om aan te voelen hoe je met hen op de juiste lijn kunt komen. De ene keer heb je vervelend nieuws, de andere keer leuk nieuws. 

De ene keer wil jij iets afdwingen bij je kind, de andere keer wil je het samen doen. Er zijn hele studies gedaan naar hoe je dit aan kunt pakken. Er zijn cursussen om te volgen en ook spellen ontwikkeld. 

Google maar eens op ‘cursus ADHD kind’ en ‘taal ADHD kind’. 

Taaltips voor ouders en hun kinderen met ADHD

Met een paar simpele tips kom je misschien ook al een paar stappen verder.

  1. Praat kindertaal: denk aan makkelijke woorden
  2. Geef korte en duidelijke opdrachten en uitleg (vertel niet teveel)
  3. Blijf regels en afspraken herhalen
  4. Geef vaak complimenten, leg de nadruk op positiviteit
  5. Benoem het gewenste gedrag en biedt alternatieven bij ongewenst gedrag

Herken jij jezelf of je kind in dit verhaal? Wil je jouw ervaring delen met andere ouders of wil je zelf tips krijgen? Meld je aan bij ons Ouderportaal. Het Ouderportaal is de plek waar ouders met een kind met gedragsproblemen of stoornis elkaar vinden voor steun en advies. Misschien zie ik je daar? 


Over de schrijver
Janet is moeder van Amy (1998) en Max (2000). Zij loopt met haar zoon al heel vroeg tegen allerlei problemen aan. Hij valt op, omdat hij duidelijk anders is dan andere kinderen. Janet schreef haar ervaringen op in een dagboek. Een hartenkreet over hoop, onvoorwaardelijke liefde en het leerproces van een moeder met een kind met een stoornis. In de verhalenserie deelt ze haar inzichten, levenslessen, oplossingen én blikt ze terug op wat ze schreef. En ze stelt nieuwe vragen. Want ouders blijven altijd op zoek naar antwoorden.
Reactie plaatsen