Je kind achterlaten in een instelling voelt als falen

Je kind achterlaten in een instelling voelt als falen

Het is een belangrijke dag: mijn zoon met vermoedelijk ADHD wordt opgenomen voor behandeling. Voor het gevreesde vertrek naar de crisisopvang zit ik op de grond in de deuropening met een beker koffie. Max’ speelgoed is ingepakt. In zijn tas zit kleding voor vijf dagen. Ook zijn eigen dekbedovertrek gaat mee, een fotoboekje en een paar knuffels. Ik huil van binnen en voel me een zwakke rotmoeder. Ik vraag me af of dit de beste beslissing is. Tegelijk ben ik dankbaar. Ik weet dat ik alles heb gedaan wat in mijn macht ligt om mijn kind te helpen. Maar ik kan hem niet langer bieden wat hij nodig heeft. 

Mijn kind gaat naar een instelling, ik voel me zo schuldig

Ik ben blij met het gezelschap van mijn vriendin Tina. Zij heeft aangeboden met me mee te gaan om Max weg te brengen. Daarvoor neemt zij een vrije dag. Om 10.30 uur vertrekken we. Max neem ik aan de hand mee, hij is rustig. We stappen in de auto, Max kruipt achterin. Hij gaat zitten naast zijn donkerbruine Winnie de Pooh-tas, Actionman-poppen en Hotwheels-autootjes. Hij ziet er zo lief uit tussen al dat speelgoed, het is nauwelijks te bevatten wat er nu door mij heen gaat. Ik ben overgeleverd aan het lot, een lafaard, een verliezer. Het lijkt alsof ik in een dwangbuis zit. Alsof ik er zelf niet bij ben. Ik voel me een ontaarde moeder die haar kind weg doet. Gelukkig vind ik een beetje troost en steun bij Tina.

Max loopt rustig mee

Aangekomen bij de Klipper parkeer ik de auto. Ik neem zijn tas over mijn schouder en samen lopen we hand in hand naar de groene deur. Max loopt rustig mee, alsof we naar de tandarts gaan. Niets bijzonders. Ik hoef hem niet te smeken en zelfs niet te dragen. Ik bel aan. Als de deur open gaat, zakt de moed me in de schoenen. Ik voel me leeg. Hand in hand lopen we toch verder. 

Van onzekerheid naar steeds meer vertrouwen

We worden begeleid door personeel dat zich professioneel en nuchter opstelt. Zo hoort het natuurlijk ook. Geen medelijden hebben, want daar schiet niemand iets mee op. Ik heb mijn mening over de medewerkers dus wel iets bijgesteld ten opzichte van een paar dagen geleden. De mensen zijn lief. En wat vooral belangrijk is: ze hebben geleerd om te gaan met kinderen zoals Max. Dat geeft me een beetje kracht en vertrouwen. Het is alsof ik Max overdraag aan betere opvoeders dan ik zelf. Weer bekruipt mij het gevoel van falen als moeder. Tegelijk besef ik ook wel dat het met mijn dochter Amy heel goed gaat en dat het dus niet aan mezelf kan liggen. Dit gevoel van onzekerheid blijft me nog lang achtervolgen. 

Op zijn gemak

We worden naar Max’s slaapkamer gebracht en ik krijg de tijd om de kale muren te beplakken met foto’s en posters. Zijn speelgoed stal ik uit op het tafeltje en de plankjes aan de muur. Ik maak zijn bed op met zijn eigen overtrek. Ik hoop dat hij zich zo een beetje sneller op zijn gemak gaat voelen. Op het prikbord naast zijn bed hang ik foto’s van Amy en van zijn klas. Het fotoboekje leg ik op zijn nachtkastje. Dan gaan we weer naar beneden. Ik moet al direct afscheid nemen om ‘het drama’ zo beperkt mogelijk te houden. Max is lief en rustig. Op het eerste gezicht lijkt hij zich te hebben verzoend met het idee hier ‘even' te moeten blijven. Ik kniel naast hem neer en knuffel hem zo hard als ik kan. Max is heel flink, dan loop ik weg. 

Spaghetti van Rick

Tina zorgt voor afleiding. We halen samen eerst Amy op bij een schoolvriendin. Daarna gaan we naar haar huis om wat te eten. Dat is nog wel een uur rijden. Ik kan onderweg aan niets anders denken dan aan hoe het met Max gaat. Om 18.30 uur zijn we er. Rick, de man van Tina, had ons eerder verwacht; de spaghetti is al een poos klaar. Aandoenlijk, zoals hij voor ons zorgt en zo lief als hij is. 

Dag 1 in de instelling

Het is 19.00 uur. Max belt me op mijn mobiel. De eerste week mag dat elke avond een kwartier lang. Max is vrolijk en opgewekt. Hij vertelt dat hij boven zit in het kantoortje en dat zijn begeleider Reggy bij hem is. Die luistert het gesprek mee. Max vertelt me honderduit over alles wat hij die dag heeft meegemaakt. Zo is er een speelkamer, een Playstation, een pianokamer, een televisiekamer, een speelkuil en een tuin. En er zijn een heleboel andere kinderen. Kortom: het is leuk op de Klipper. Max is lekker enthousiast en praat het hele kwartier vol. Ik hoor Reggy een keer zeggen: “Het is tijd Max, zeg mama maar gedag.” Ik wens mijn kind welterusten en hang met een gerustgesteld gevoel op. Ik heb de hele middag naar dit telefoontje uitgekeken. Het is een pak van mijn hart. Na het eten gaan Amy en ik naar huis. 

Om 21.30 uur word ik gebeld door Reggy. Hij vertelt me dat Max opgewekt klonk tijdens zijn gesprek met mij. Het valt me op dat Reggy meteen allerlei herkenbare dingen over Max zegt. Onder andere dat er wel ‘een kop op zit’ en ook dat hij gevoel voor humor heeft. Max heeft hem gevraagd of de leiding boos wordt als hij in bed plast. Bij het instoppen was Max verdrietig geweest. Hij had al zijn foto’s aan Reggy laten zien. Hij is in slaap gevallen met het fotoboekje op zijn borst. 

Dag 2 in de instelling

Als Max me ’s avonds belt, laat hij zich al van een andere kant zien dan de dag ervoor. Na een kwartier vraagt Reggy hem om op te hangen. Max gooit de haak van de telefoon op de grond. Even hoor ik niets. Dan hoor ik Reggy zeggen: “Je moet wel mama gedag zeggen, anders wordt ze verdrietig. En het is ook niet netjes.” Ik wacht geduldig aan de andere kant van de lijn en eindelijk pakt Max toch de telefoon en zegt me gedag. Ik prijs hem, wens hem welterusten en hang op. 

Als de rust is teruggekeerd op de groep, mag ik vanaf 21.00 uur bellen met de leiding. Dat doe ik natuurlijk. Reggy vertelt me dat Max een heel slim mannetje is. Het voelt goed te weten dat men zich echt verdiept in Max en ze verstand van zaken hebben, vooral Reggy.  Max is in goede handen. Ik hoef ook niet bang te zijn dat Max zijn ‘andere kant’ niet zal laten zien in die zes weken. Reggy zegt: “Er zijn wel kinderen die zes weken lang de schijn kunnen ophouden en zich voorbeeldig blijven gedragen, maar Max zal dat zeker niet gaan lukken. Als hij op de tweede dag al zo nu is, zal het niet lang meer duren voordat hij uit zijn dak gaat. Maak je daar maar geen zorgen over.”

Dag 3 in de instelling

Max is voor het eerst woensdagochtend naar school geweest. ’s Avonds, tijdens het belkwartiertje, brengt hij uitgebreid verslag uit. De school ligt net buiten het hek van de tuin van de Klipper. Er zitten acht kinderen in de klas met twee juffen. Max vertelt me dat hij een leuke dag heeft gehad: “Ik heb ’s middags tosti gegeten en ’s avonds nasi. Het eten komt van het ziekenhuis en iemand brengt het met een busje.” Het doet me goed als hij voluit vertelt wat hij allemaal heeft meegemaakt en heeft gedaan. Het leidt heel even zijn aandacht af van het gemis. Ik vertel hem steeds dat ik hem vrijdagmiddag kom ophalen en hij in het weekend bij mama is in Uithoorn. 

Dag 4 in de psychologische instelling

Vrijdag mag ik Max om 15.30 uur ophalen voor het weekend. Dat voelt vreemd. In de hal staat Max’ tas op de grond al klaar. Hij zit vol met vuile kleding en beddengoed om gewassen te worden. Voordat we naar huis mogen. bespreken we eerst in de spreekkamer wat we van elkaar mogen en kunnen verwachten. We maken duidelijke regels om het weekend zo goed mogelijk te laten verlopen. Om 15.30 uur op zondag moet Max weer terug zijn. Volgens het advies plan ik niet te veel activiteiten om zo min mogelijk prikkels te geven.     

Dit wil ik delen met jou

Het achterlaten van je kind in een instelling druist in tegen je moeder- of vadergevoel: het klopt niet. Het gevoel van falen en alle onzekerheden die je jezelf aanpraat, lijken misschien logisch en begrijpelijk, maar zijn niet terecht. 


Ik heb daarom drie tips om je gedachten een positieve draai te geven:

Zeg hardop tegen jezelf: het is niet jouw schuld, je kan er niets aan doen.

Zeg hardop tegen jezelf: je hebt er alles aan gedaan, dit is tijdelijk.

Zeg hardop tegen jezelf: ik en mijn kind kunnen dit, we slaan ons er doorheen.


Dit klinkt misschien overdreven en gek, maar door hardop jezelf te coachen, word je sterker.

Natuurlijk helpt het ook altijd als anderen je troost bieden en kracht geven, zoals bij mij Tina dat deed. Blijf daarom ook altijd openstaan voor meningen en hulp van familie, vrienden en vriendinnen, vertrouwenspersonen of professionals en vind steun bij elkaar. Samen kom je sterker uit de strijd. Het helpt te voelen dat mensen achter je staan.


Weet jij nog hoe de eerste week verliep toen je kind voor observatie werd opgenomen in een instelling? 

Meld je aan bij ons Ouderportaal. Het Ouderportaal is de plek waar ouders met een kind met gedragsproblemen of stoornis elkaar vinden voor steun en advies. Misschien zie ik je daar? 


Over de schrijver
Janet is moeder van Amy (1998) en Max (2000). Zij loopt met haar zoon al heel vroeg tegen allerlei problemen aan. Hij valt op, omdat hij duidelijk anders is dan andere kinderen. Janet schreef haar ervaringen op in een dagboek. Een hartenkreet over hoop, onvoorwaardelijke liefde en het leerproces van een moeder met een kind met een stoornis. In de verhalenserie deelt ze haar inzichten, levenslessen, oplossingen én blikt ze terug op wat ze schreef. En ze stelt nieuwe vragen. Want ouders blijven altijd op zoek naar antwoorden.
Reactie plaatsen