Hoe is het om pleegouder te zijn?
22 april 2021 
5 min. leestijd

Hoe is het om pleegouder te zijn?

Wanneer je kind (tijdelijk) in een pleeggezin woont, komt er als ouder heel wat op je af. Het is logisch dat je met veel vragen zit. Want hoe gaat het eraan toe in een pleeggezin? Wie zijn die pleegouders en hoe gaat een pleegouder om met de echte ouders? En waarom is goed contact met het pleeggezin juist belangrijk?

Krista heeft 24 jaar ervaring als pleegouder. Haar drijfveer om pleegouder te worden, ligt in haar eigen jeugd. Ze ging al op jonge leeftijd het huis, werd jong moeder en kreeg te maken met een ondertoezichtstelling (OTS).

Pleegouder door overlijden goede vriendin

Krista: “Ik ben erin gerold door het plotselinge overlijden van mijn goede vriendin. Ze was al weduwe en toen haar kinderen 12 en 3 jaar oud waren, overleed ze zelf aan een hersenbloeding. Niemand uit haar familie kon of wilde beide kinderen opvangen. Terwijl mijn man en ik ze juist niet uit elkaar wilden halen, want ze hadden al zoveel verloren. Uiteindelijk is besloten de jongens bij ons te laten wonen.”

Steeds meer vragen vanuit jeugdzorg

“Door de opname van deze twee kinderen kwamen we in beeld bij hulpverleningsinstanties en op een gegeven moment kregen we de vraag of we tijdelijk een jongetje van 3 jaar op konden vangen, totdat zijn moeder afgekickt was van de drank. Daar hebben we dezelfde dag nog ‘ja’ op gezegd en dat jongetje is 3 jaar bij ons gebleven. Hij was ons eerste officiële pleegkind. Vanaf dat moment is het snel gegaan.”

Altijd de deur terug naar huis openlaten

“In totaal hebben er 17 kinderen bij ons gewoond, waarvan de meesten langdurig. Ik heb nog contact met bijna alle kinderen. Het kind dat het kortste bij ons is gebleven was een baby’tje van 1 dag oud. Hij bleef maar 6 weken bij ons. Dat was heftig. De moeder was na de geboorte uit het ziekenhuis vertrokken en was zwaar verslaafd. Na zes weken moest het kindje weer naar een nieuw pleeggezin. Dat was hartverscheurend. Het hechten aan pleegkinderen is altijd een wankel evenwicht: om het beste voor het kind te willen, ga je ervan houden. Maar je moet altijd die deur terug naar huis openlaten.”

Kinderen testen je vaak uit

“In eerste instantie bied je als pleegouder een stukje stabiliteit. Veiligheid, een plek om te slapen en te eten. Voor de kinderen is dat heel belangrijk, want ze hebben vaak een rugzakje bij zich. Soms wel twee. Ik heb verschillende kinderen opgevangen en ieder verhaal is anders. Wel merk je dat veel kinderen je uittesten en dingen zeggen als ‘jullie kunnen toch niet van me houden en gaan me toch weer wegdoen’. Dat is wel moeilijk om te horen.”

Zelf een rotjeugd gehad

Toch herkent Krista die gevoelens wel. Haar drijfveer om pleegouder te zijn, ligt in haar eigen jeugd. Een rotjeugd, zoals ze zelf zegt. “Toen ik 15 jaar oud was, ben ik al het huis uitgegaan. Op mijn negentiende had ik twee kindjes van verschillende vaders. Een jaar heb ik OTS* gehad (*ondertoezichtstelling). Onterecht, omdat de vader van de jongste met valse beschuldigingen kwam, maar daardoor krijg je wel te maken met rechtszaken en dergelijke. Dat was een vervelende tijd.

Kort nadat de OTS eraf ging, heb ik mijn man ontmoet. Door hem werd ik een gelukkig, stabiel en tevreden mens. Dat wil ik een ander kind ook geven. Mijn eigen twee kinderen hebben er nooit moeite mee gehad dat er pleegkinderen bij ons woonden. Mijn dochter denkt er zelfs over om zelf pleegouder te worden.”

Pleegzorg voor eigen zus

Krista heeft ook ervaring met netwerkpleegzorg, omdat ze een tijd voor haar twaalf jaar jongere zus heeft gezorgd. “Tot haar achttiende heeft mijn zusje bij ons gewoond. Dat ging goed, maar mijn ouders wilden daar in het begin niet voor betalen. Toen heb ik de gezinsvoogd aan haar jasje getrokken, of ze met mijn ouders wilde gaan praten. Er moest iets van een vergoeding komen, anders zou ik het niet redden. Uiteindelijk stemden ze in.”

Een vergoeding is niet meer dan normaal

“Voor ieder pleegkind heb ik een vergoeding ontvangen. Dat vind ik niet meer dan normaal: je geeft een hele opvoeding. Een kind moet een plek hebben om te slapen, kleding hebben, naar school kunnen en in de gelegenheid zijn om de eigen ouders op te zoeken. Ook krijgen de kinderen vanaf 5 jaar oud zakgeld en vanaf 12 jaar oud kleedgeld. Ik vind dat daar best wat tegenover mag staan. Natuurlijk ga je wel eens met ze naar de bios bijvoorbeeld en daar heb je dan zelf ook profijt van. Maar je doet het voor het kind. Je wordt echt niet rijk van zo’n vergoeding.”

Je kind wordt niet afgepakt

“Ik heb weleens een moeder meegemaakt die heel erg het gevoel had dat ik haar kind had afgepakt. Haar zoon was 16 jaar toen zij werd gearresteerd op verdenking van fraude. Dat was een zware tijd, voor iedereen, maar ik wilde hem natuurlijk niet afpakken. Ik ben met haar gaan praten en heb gezegd dat ik hem en veilige plek bied om te eten en te slapen, zodat hij verder kan groeien tot het moment dat hij weer bij haar kan wonen. Gelukkig heb ik het van andere ouders nooit gehoord.”

Goed contact met het pleeggezin is belangrijk

Goed met elkaar te praten, is belangrijk volgens Krista. Zo ontstaan er ook geen misverstanden. “Bij het halen of brengen van de kinderen zijn de ouders altijd welkom voor een kopje koffie. Ook als er tussendoor problemen zijn en je kunt niemand bereiken, mag je me altijd bellen. Dat soort dingen doe je gewoon, want het komt een kind uiteindelijk ten goede. Wel is het heel slim om een stukje afstand te houden, want op die manier ontstaat er ook geen verwarring over wie welke rol speelt. Ouders worden daarom ook nooit vrienden of kennissen van me, maar het blijven wel de ouders van de pleegkinderen dus ik ga met respect met ze om.”

Als pleegouder moet je een beetje flexibel zijn

Pleegzorg en de gezinsvoogd maken de afspraken en soms schipper je daar als pleegouder een beetje tussendoor, want in de praktijk lopen dingen vaak ook anders. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een ouder in het weekend zijn of haar kind zou komen halen, maar dat het een andere dag wordt. Als pleegouder moet je daar dan een beetje flexibel in zijn en dat ook wel terugkoppelen.”

Meer begeleiding bij uithuisplaatsing

Het contact tussen Krista en de diverse gezinsvoogden is altijd goed geweest. Toch vindt ze dat bepaalde stappen beter kunnen. “De meeste ouders zijn natuurlijk van hun stuk wanneer een kind uit huis geplaatst wordt. Op dit punt zou meer begeleiding mogen komen. Het zou bijvoorbeeld minder traumatisch zijn voor ouder én kind als je als ouder samen met de gezinsvoogd je kind naar het nieuwe adres kunt brengen. Dan heb je zelf bewust meegeholpen in plaats dat iemand van jeugdzorg op de stoep staat met een bevel in de hand. Het plotselinge, het uit de armen gerukt worden, daar zit vaak de pijn.”

Gerelateerde informatie

In onze kennisbank vind je honderden blogs met handige tips en adviezen.

Heb je deze blogs al gelezen:

 

Wat is jouw ervaring met pleegouders?

Wil je jouw zorgen, tips of ervaring over pleegouders delen met andere ouders? Meld je aan bij het Ouderportaal . Als ouder sta je er niet alleen voor. Er zijn veel ouders met dezelfde ervaring als jij. Via het ouderportaal deel je jouw ervaringen met andere ouders. Het ouderportaal is de plek waar ouders elkaar vinden voor steun en advies. In een afgeschermde en veilige omgeving vind je een luisterend oor van lotgenoten.

Naar het ouderportaal

Over de schrijver
Caroline van Schubert is freelance journalist. Ze studeerde af als cultureel antropoloog en schrijft het liefst persoonlijke verhalen die een groter probleem of ontwikkeling laten zien. Naast lezen en schrijven, reist ze graag. Suriname is haar tweede thuisland en voor een lekkere moksi alesi mag je haar altijd wakker maken.
Reactie plaatsen
arrow_drop_up arrow_drop_down