Mijn kind heeft extreme woedeaanvallen. Is er meer aan de hand?
30 september 2021 
4 min. leestijd

Mijn kind heeft extreme woedeaanvallen. Is er meer aan de hand?

Vanaf het moment dat Max kan zitten, zit hij eigenlijk nooit stil. In zijn peutertijd mijmer ik dikwijls hoe het zou zijn om hem op schoot te hebben en samen naar kinderprogramma's te kijken en deze tot het eind toe af te zien. Of een lange tekenfilm uit te zitten. Het antwoord kom ik niet te weten, want hij kan het geduld er nooit voor opbrengen. 

Dwars en opstandig gedrag

Ook stribbelt hij iedere keer weer heftig tegen als ik hem in de buggy zet voor een wandeling. Het is geen stribbeling uit protest, of omdat hij boos is. Eerder een reactie vanuit de gedachte: jij doet iets wat ik niet aan zag komen. En omdat praten voor een peuter niet voor de hand ligt, uit hij zich in opstandig, dwars gedrag. Eigenlijk zoals ieder kind. Of misschien niet? 

Ik moet heel snel handelen om Max in het tuigje vast te zetten, want voor ik er erg in heb wipt hij zich er weer behendig uit. Eenmaal aan de wandel - hoe vreemd dat ook klinkt - blijft hij wel stil zitten. Waarschijnlijk is hij dan gefascineerd door de vele prikkels die zich rondom hem afspelen.

Constant wiebelen

Ook in de kinderstoel, vastgebonden en al, kan hij zijn benen niet stilhouden. Hij krijgt het voor elkaar de hele keuken door te schuiven in zijn rood-blauw-geel plastic gevaarte. Aan het constante gewiebel en gedraai schenk ik overigens geen serieuze aandacht. Niet dat het me niet opvalt, maar ik maak mezelf wijs dat het komt omdat jongens over het algemeen drukker zijn dan meisjes.  

Even spelen op de peuterspeelzaal

Op de leeftijd van twee-en half gaat Max voor de eerste keer naar de peuterspeelzaal. Omdat mijn dochter Amy er ook een jaar heeft gezeten weet ik de weg. Op het laag ommuurde schoolpleintje staan skelters en driewielers. Er spelen kinderen van de crèche. 

Er staan ook drie gele plastic trapauto’s, waarin kinderen zich in een echte auto wanen. Je ziet deze ook wel in de supermarkt, omgebouwd tot winkelwagentje. Er is er nog één vrij en ik laat Max er even in, omdat er nog tijd is voordat de peuterspeelzaal zijn deuren opent. Ik praat een paar minuutjes met een van de moeders en als juf Ans aanstalten maakt om de deuren te openen roep ik mijn enthousiast spelende kind om te komen.

Driftbui om niets

Eerst denk ik dat hij doet alsof hij me niet hoort. Of is hij Oost-Indisch doof? Ik roep nog een keer, maar hij heeft zo'n lol en is zo trots op zijn nieuwe speelgoed, dat hij helemaal niet meer geïnteresseerd is om mee naar binnen te gaan. Mogelijkerwijs hoort hij me echt niet roepen. Een van mijn grootste ergernissen aan Max: honderd keer roepen voordat ik aansluiting met hem vind. 

Dan maar de fysieke methode. Ik loop met grote passen op hem af en probeer hem los te maken uit zijn autootje. Hij weigert niet alleen lichamelijk, hij schreeuwt moord en brand en klemt zich met armen en benen vast aan zijn nieuwe bezit. Hij wil duidelijk niet wat ík wil en wordt nu hysterisch boos. 

Woedeaanval

Zijn woede-uitbarsting bereikt het hoogtepunt als ik Max met auto en al de lucht in til. Alsof hij vastgelijmd zit in de stoel. Na een hoop gedoe en gênante vertoningen geeft hij zich eindelijk gewonnen en lukt het me om hem uit het autootje te sjorren. Ik neem hem over mijn arm mee naar binnen. Helaas duurt het daarna binnen nog een kwartier om hem te kalmeren, voordat hij weer helemaal bij zinnen is. 

Zo driftig als hij net was, zo rustig is hij nu. Met het schaamrood op de kaken blaas ik de aftocht. Was dit soort gedrag een voorteken? Had ik ADHD zo vroeg moeten en kunnen vermoeden? Had ik het kunnen weten?  

Woedeaanvallen: kan dat te maken hebben met ADHD?

Lange tijd na deze kennismaking op de crèche, als Max al lang en breed op de basisschool zit, loop ik juf Ans tegen het lijf in het winkelcentrum. Uit het eerste wat ze zegt blijkt dat zij dit voorval en Max’ woedeaanvallen nog altijd op haar netvlies heeft staan en dat zij al wel vermoedens van ADHD had. Max kon zich van heel jongs af aan al zeer druk, driftig en volhardend manifesteren.

Dit wil ik delen met jou

Natuurlijk is iedere peuter is wel eens dwars of opstandig. Maar extreme of vaak terugkerende woedeaanvallen zijn niet zo normaal. Hoe weet je dat je kind meer dan alleen opstandig, dwars of druk is? Bij een eerste driftaanval of incidentele woede-uitbarsting van groot verdriet gaan de alarmbellen niet direct rinkelen. Er waren meerdere opeenvolgende gebeurtenissen nodig, die maakten dat ik merkte dat er meer aan de hand was. 

Je hebt het niet meteen in de gaten

De onrust die Max als baby al in zich had, het gewiebel en gedraai in de stoel en de buggy én de extreme driftbuien die ook nog eens lang aan bleven. Soms tot een half uur lang, waren voor mij niet direct een teken aan de wand. Maar toch kreeg ik stukje bij beetje het gevoel dat er iets niet klopte. Max’ emoties waren vaak opvallend zwart of wit, heel blij, of heel verdrietig, heel boos of heel enthousiast. Het was nooit grijs of iets er tussenin. Hoe meer ik de omstandigheden en voorvallen begon te analyseren en de manier hoe ook anderen erop reageerden, hoe vaker het kwartje viel. 

4 tips om erachter te komen waarom je kind vaak of extreem boos is

Dat is lastig, helemaal in de baby- en peutertijd. Dit zijn mijn tips: 

  1. Maak bij de eerste vermoedens elke dag de balans op en durf jezelf, maar ook je kind, in de spiegel te kijken
  2. Neem even vijf minuten de dag door en bedenk: wat is er gebeurd en hoe voelde je kind zich vandaag? 
  3. Praat met anderen over je kind. Iemand die dichtbij je staat of een leerkracht. Vraag hen: ‘zeg eens eerlijk, hoe zie jij mijn kind?’ Samen weet je vaak meer en kom je verder. 
  4. Vertrouw op je (onderbuik)gevoel, dat liegt niet  

Hoe merkte jij dat er meer aan de hand is met je kind met woedeaanvallen?

Herken jij jezelf of je kind in dit verhaal? En wil je jouw ervaring delen met andere ouders of wil je zelf tips krijgen? Meld je aan bij ons Ouderportaal. Het Ouderportaal is de plek waar ouders met een kind met gedragsproblemen of stoornis elkaar vinden voor steun en advies. Misschien zie ik je daar? 

Over de schrijver
Janet is moeder van Amy (1998) en Max (2000). Zij loopt met haar zoon al heel vroeg tegen allerlei problemen aan. Hij valt op, omdat hij duidelijk anders is dan andere kinderen. Janet schreef haar ervaringen op in een dagboek. Een hartenkreet over hoop, onvoorwaardelijke liefde en het leerproces van een moeder met een kind met een stoornis. In de verhalenserie deelt ze haar inzichten, levenslessen, oplossingen én blikt ze terug op wat ze schreef. En ze stelt nieuwe vragen. Want ouders blijven altijd op zoek naar antwoorden.
Reactie plaatsen
arrow_drop_up arrow_drop_down